Fiets

Hoe begin je een eerste blog? Vertellen hoe ik erbij zit, is misschien leuk. Op de bank aan een raam om zes uur ’s morgens. Jakob, de poes, heeft de keuze uit twee banken, vijf op de grond slingerende jassen en truien en een kussen of negen om op te gaan liggen, maar hij wil toch het liefst op mijn toetsenbord rond schuifelen, met zijn aars in mijn gezicht.

Ik ben vergeten een lepeltje te pakken en roer de suiker in de zwarte koffie met de achterkant van een haarborstel. Een mens moet niet te hygiënisch worden. Daar krijg je maar chronische griep van.

Buiten, op het Singel, racen om de paar minuten scooters langs. Een rotgeluid, ook als je vijf meter boven de straat zit, achter dubbel glas. Af en toe hoor ik iemand langs trappen op de fiets. Meteen een stuk gezelliger.

Mijn fiets staat beneden tegen het pand van het bedrijf naast ons. Ze doen daar iets met internet. Meer weet ik er ook niet van. Klinkt heel saai tegenwoordig, internet. Iedereen doet iets met internet. Maar ik mag wel mijn fiets tegen hun pand zetten. Thuis mag dat niet, onze onderbuurman krijgt een rood waas voor zijn ogen als ik het doe. Hij sleept mijn fiets weg als ik hem niet gehoorzaam. En voor mij is het vervelend om hem in het propvolle hek tegenover ons huis is te zetten. Ik heb een krat waar altijd een tas met een computer en meestal loodzware boodschappen in zitten en ik heb een fietsstoeltje waar meestal een kind van twaalf kilo in zit.

Zelf ben ik nogal snel geërgerd maar zelden om andermans fiets. We zijn met velen in deze stad. Daar hoort een overdaad aan fietsen bij. Suck it up. Wees blij dat niet iederéén een scooter of een hummer gebruikt om zich te verplaatsen.

Laatst was iemand zo boos over de parkeerplek van mijn fiets (een vuilnisbak op de hoek van de Leidsestraat en de Kerkstraat) dat hij of zij het door krat, krattenrek en kinderzitje loodzware apparaat helemaal naar het gerechtshof op de Prinsengracht sleepte om hem daar tegen een hek te kwakken. Dan gaat het niet goed met je.

Het duurde vier dagen voor ik mijn fiets bij stom toeval in de gaten kreeg. In de tussentijd liep ik alles, in de veronderstelling dat hij was gestolen. De eerste paar uur foeterend en scheldend, onderwijl denkend aan alles wat zou kunnen kopen met het geld dat ik nu moest uitgeven aan een nieuwe fiets met krat, krattenrek en kinderzitje met veiligheidskleppen tegen Koen Everdink meets Badr Hari-kindervoetjes. Een ticket naar New York. Een enorme stapel boeken. Een paar prikjes botox. Een enorme stapel boeken om weg te geven. Een winterjas om deze winter in te wonen, en dan niet van H&M maar van een merk dat verstand heeft van kleren die niet na drie keer wassen in draadjes aan je voeten liggen.

Maar goed, als je loopt, zie je meer. Dat is iets om snel aan gewend te raken. De liefde voor de stad groeit erdoor. Iedereen met fietsintolerantie zou het zo nu en dan eens moeten doen. Onderweg naar mijn schrijfkantoor passeerde ik het Consulaat van de Republiek der Seychellen, in een bombastisch pand op de hoek van de Keizersgracht en de Leliegracht. Honderden, duizenden keren langsgereden. Nooit opgemerkt. Fascinerend. Zouden daar echte Seychellianen werken? Ik stelde me een rij prachtige vrouwen voor, van nature licht gebruind en uitgerust, die weemoedig naar de grijze lucht en het zwarte grachtenwater staarden, bang om verliefd te worden op een Amsterdammer die hen hier zou houden, ver weg van hun scooter-loze eiland.

Het raadsel moest opgelost. Ik belde naar de Seychellen aan de gracht. Een opgeruimde mannenstem beantwoordde de telefoon.

“Consulaat van de Seychellen, goedemorgen.”

“Goedemorgen. Mag ik eens vragen, hoeveel mensen van de Seychellen werken er bij u?”

“Niemand.”

“Niemand?”

“Niemand.”

“Maar wie vertegenwoordigt de Seychellen dan?”

“De heer Maussen. Hij is de honorair consul.”

“Een Nederlander?”

“Ja. Een Nederlander.”

“Spreek hij wel de taal?”

“Ze spreken daar Engels.”

“Is hij er wel eens geweest?”

“Uiteraard. Maar vergeet niet, meneer Maussen is eigenaar van negen PR-bedrijven. De belangen van de Seychellen doen hij en zijn medewerkers erbij.”

Vandaar de rij scooters voor de deur natuurlijk.

Maar mij hoor je niet klagen. Ik heb mijn fiets weer terug.

3 Comments Fiets

  1. Eric-Jan

    Goedemorgen Els, Dan lees ik in Het Parool van afgelopen maandag dat je gaat stoppen met je column. Hoe kon ik als lezer nu op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen van Kate, de relatie met Verkering L, New York en allerlei merkwaardige types die je columns bevolken. De ontreddering was groot, maar toch gloorde er hoop; de Blog. Welkom in de 21-ste eeuw. Gelukkig heb ik de site gevonden en kan je blijven volgen. Succes! Groet, Eric-Jan

    Reply
  2. Jeannette

    Hallo Els, zoals gewoonlijk loop ik wat achter met mijn krantjes lezen, daarom zie ik net pas dat je column in het Parool stopt….jammer hoor!!! Bedankt voor al je vrolijke, mijmerende en openhartige stukjes, ik heb er altijd van genoten. Succes met je blog en al je andere plannen!
    Jeannette

    Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>